Omzetting Europese Richtlijn 2010/64/EU en Europese Richtlijn 2012/29/EU gepubliceerd in Belgisch Staatsblad

Publicatie: 2016-11-24 Numac : 2016009563 - FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

Wet houdende verdere omzetting van de Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures en van de Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Art. 2. Deze wet vervolledigt de omzetting van de Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures en van de Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering
Art. 3. Artikel 145 van het Wetboek van strafvordering, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, wordt aangevuld met twee leden, luidende :
« De beklaagde die de taal van de procedure niet verstaat, heeft het recht om de vertaling van de relevante passages van de dagvaarding te vragen in een taal die hij verstaat, zodanig dat hij geïnformeerd is over de hem ten laste gelegde feiten en hij zich effectief kan verdedigen. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.
De procureur des Konings deelt de plaats, de dag en het uur van verschijning met alle passende middelen aan de gekende slachtoffers mee. De slachtoffers die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht een vertaling van die inlichtingen te verkrijgen in een taal die zij verstaan. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 4. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 152bis ingevoegd, luidende :
« Art. 152bis. Indien de beklaagde of de burgerlijke partij de taal van de procedure niet verstaat of spreekt of indien de beklaagde of de burgerlijke partij lijdt aan gehoor- of spraakstoornissen, benoemt de rechtbank ambtshalve een beëdigd tolk. Indien de betrokkene lijdt aan gehoor- of spraakstoornissen, heeft hij het recht te vragen dat die bijstand wordt aangevuld met de bijstand door de persoon die het meest gewoon is met hem om te gaan. Het proces-verbaal van de terechtzitting maakt melding van de bijstand door de beëdigd tolk, van diens naam en hoedanigheid, alsmede, in voorkomend geval, van de naam van de derde die de bijstand heeft verleend. De kosten van vertolking zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 5. Artikel 164 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 10 juli 1967, wordt hersteld als volgt :
« Art. 164. § 1. De beklaagde die de taal van de procedure niet verstaat, heeft het recht om een vertaling van de relevante passages van het vonnis te vragen in een taal die hij verstaat, zodanig dat hij geïnformeerd is over de feiten waarvoor hij veroordeeld is en hij zich effectief kan verdedigen, tenzij hem een mondelinge vertaling werd verstrekt. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn.
Indien een mondelinge vertaling aan de beklaagde werd verstrekt, wordt daarvan melding gemaakt in het proces-verbaal van de terechtzitting.
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.
§ 2. Tenzij haar een mondelinge vertaling werd verstrekt, heeft de burgerlijke partij die de taal van de procedure niet verstaat, het recht om een vertaling van de relevante passages van het vonnis of een samenvatting ervan te vragen in een taal die zij verstaat, zodanig dat zij geïnformeerd is over het beschikkend gedeelte van het vonnis en over de motivering ervan en zij haar rechten effectief kan uitoefenen. Het verzoek dient door de burgerlijke partij ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn.
Indien een mondelinge vertaling aan de burgerlijke partij werd verstrekt, wordt daarvan melding gemaakt in het proces-verbaal van de terechtzitting.
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 6. In artikel 182 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, wordt het tweede lid aangevuld met de volgende zinnen :
« De slachtoffers die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht een vertaling van die inlichtingen te verkrijgen in een taal die zij verstaan. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 7. In artikel 189 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 februari 2016, worden de woorden "152, 157, 158, 158bis, 158ter, 158quater, 159, 160 en 161" vervangen door de woorden "145, vijfde lid, 152, 152bis, 157, 158, 158bis, 158ter, 158quater, 159, 160, 161 en 164".
Art. 8. Artikel 211 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zin :
« De artikelen 145, vijfde en zesde lid, 152bis en 164 zijn eveneens van toepassing. ».
Art. 9. In artikel 216quater, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1994, vervangen bij de wet van 13 april 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
« De beklaagde die de taal van de procedure niet verstaat, heeft het recht om de vertaling van de relevante passages van de kennisgeving te vragen in een taal die hij verstaat, zodanig dat hij geïnformeerd is over de hem ten laste gelegde feiten en hij zich effectief kan verdedigen. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. »;
2° het vijfde lid, waarvan de bestaande tekst het zesde lid zal vormen, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
« De slachtoffers die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht een vertaling van die inlichtingen te verkrijgen in een taal die zij verstaan. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 10. In artikel 223 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2009, wordt vóór het eerste lid een lid toegevoegd, luidende :
« De procureur-generaal deelt de plaats, de dag en het uur van verschijning met alle passende middelen aan de gekende slachtoffers mee. De slachtoffers die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht een vertaling van die inlichtingen te verkrijgen in een taal die zij verstaan. Het verzoek dient ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 11. Artikel 275 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt aangevuld met vijf nieuwe leden, luidende :
« De beschuldigden die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht om de vertaling van de relevante passages van de akte van beschuldiging te vragen in een taal die zij verstaan, zodanig dat zij geïnformeerd zijn over de hen ten laste gelegde feiten en zij zich effectief kunnen verdedigen.
De burgerlijke partijen die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht een vertaling van de inlichtingen betreffende de plaats, de dag en het uur van de verschijning te verkrijgen in een taal die zij verstaan.
De verzoeken om vertaling dienen ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd.
De vertalingen worden verstrekt binnen een redelijke termijn.
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 12. In artikel 282 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009 en gewijzigd bij de wet van 10 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
« Ingeval de beschuldigde, de burgerlijke partij, de getuigen of een van hen niet dezelfde taal spreken, benoemt de voorzitter ambtshalve een beëdigd tolk. Het proces-verbaal van de terechtzitting maakt melding van de bijstand door de beëdigd tolk, alsmede van diens naam en hoedanigheid. De kosten van vertolking zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 13. In artikel 283 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
« Indien de beschuldigde of de burgerlijke partij lijdt aan gehoor- of spraakstoornissen, benoemt de voorzitter ambtshalve een beëdigd tolk. De betrokkene heeft het recht te vragen dat die bijstand wordt aangevuld met de bijstand door de persoon die het meest gewoon is met hem om te gaan. In voorkomend geval maakt het proces-verbaal van de terechtzitting melding van de naam van de derde die de bijstand heeft verleend. De kosten van vertolking zijn ten laste van de Staat. »;
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
« Hetzelfde geschiedt ten aanzien van de getuige die lijdt aan gehoor- of spraakstoornissen en die niet kan schrijven. »;
3° het vierde lid wordt vervangen als volgt :
« Ingeval de getuige die lijdt aan gehoor- of spraakstoornissen kan schrijven, worden de tot hem gerichte vragen en opmerkingen door de griffier op schrift gesteld; zij worden overhandigd aan de getuige, die zijn of haar antwoord of verklaring schriftelijk geeft. De griffier leest alles voor. ».
Art. 14. Artikel 285 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2009, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
« § 3. De beschuldigden en de burgerlijke partijen die de taal van de procedure niet verstaan, hebben het recht om de vertaling van de relevante passages van die documenten te vragen in een taal die zij verstaan, zodanig dat zij zich effectief kunnen verdedigen. De verzoeken om vertaling dienen ter griffie van de bevoegde rechtbank te worden neergelegd. De vertalingen worden verstrekt binnen een redelijke termijn. De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 15. Artikel 353 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2009, wordt aangevuld met een lid, luidende :
« Artikel 164 is van toepassing op de arresten van het hof van assisen. ».
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 15 juni 1935
op het gebruik der talen in gerechtszaken
Art. 16. Artikel 22 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 april 2003, wordt vervangen als volgt :
« Art. 22. De verdachte, de beklaagde, de veroordeelde of de burgerlijke partij die de taal van de procedure niet verstaat, kan de onderzoeksrechter of het openbaar ministerie, naargelang van de stand van de procedure, verzoeken om de vertaling naar een taal die hij of zij verstaat van andere documenten dan deze waarvan reeds in de vertaling wordt voorzien in het Wetboek van strafvordering.
Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg of op het secretariaat van het parket en wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. Het verzoekschrift is enkel ontvankelijk indien de stukken waarvan de vertaling wordt gevraagd, erin worden vermeld en het ondertekend is door de betrokkene of door zijn advocaat.
De onderzoeksrechter of het openbaar ministerie doet uitspraak uiterlijk vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register. De met redenen omklede beslissing wordt per faxpost, bij een ter post aangetekende brief of langs elektronische weg ter kennis gebracht van de verzoeker of van zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing.
Het verzoek kan geheel of gedeeltelijk worden toegestaan. De vertaling wordt beperkt tot de passages van het dossier die essentieel zijn om te waarborgen dat de verzoeker zijn rechten effectief kan uitoefenen. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn.
Het verzoekschrift is niet meer ontvankelijk na verloop van acht dagen, hetzij na de betekening van het arrest tot verwijzing naar het hof van assisen of van de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechtbank of van de correctionele rechtbank zitting houdend in eerste aanleg, hetzij na de oproeping bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 216quater van het Wetboek van strafvordering.
Hetzelfde recht wordt erkend, voor de rechtscolleges in hoger beroep, voor stukken waar nog geen vertaling voor werd gevraagd.
De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat. ».
Art. 17. Artikel 31, derde lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 3 mei 2003, wordt aangevuld met de volgende zin :
« De noodzaak van de vertolking wordt geëvalueerd door de bevoegde overheid volgens de fase van de procedure. ».
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel
Art. 18. In hoofdstuk 3, afdeling 2, onderafdeling 1, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel, wordt een artikel 10/2 ingevoegd, luidende :
« Art. 10/2. De gezochte persoon die de taal niet verstaat waarin het aanhoudingsbevel is opgemaakt of waarnaar het werd vertaald door de uitvaardigende lidstaat ontvangt, vooraleer de raadkamer overeenkomstig artikel 16 uitspraak doet over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel en uiterlijk vooraleer een definitieve beslissing wordt gewezen met betrekking tot die tenuitvoerlegging, ofwel een schriftelijke vertaling van het Europees aanhoudingsbevel naar een taal die hij verstaat, ofwel een mondelinge vertaling van het Europees aanhoudingsbevel of een mondelinge samenvatting van de essentiële processtukken, in een taal die hij verstaat. De mondelinge vertaling of de mondelinge samenvatting moet het eerlijke verloop van de procedure onverlet laten en moet in het proces-verbaal worden vermeld. »
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Art. 19. Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken in werking getreden is.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 28 oktober 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
_______
Nota
Kamer van volksvertegenwoordigers
(www.dekamer.be)
Stukken : 54-2029
Integraal Verslag : 14 oktober 2016.

 

 
Gepubliceerd op
Social media

BBVT B.V.

Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken
de Biolleylaan 98, 1150 Sint-Pieters-Woluwe
contact@bbvt.be

 

Bankrekening: BE09 9731 3059 3457
Ondernemingsnummer: BE0597.625.413

 
 
 
 
 
Gebruiksvoorwaarden & Privacy
Copyright 2022 BBVT
Design by Lake-IT