Parlementaire vragen aan de minister van Justitie uiteindelijk beantwoord

"Raadpleging van de justitiedatabank met vertalers-tolken. - Eedaflegging van vertalers tolken. - Nationaal register voor gerechtsdeskundigen en vertalers-tolken."

In twee schriftelijke parlementaire vragen legde volksvertegenwoordiger Sonja Becq in oktober 2017 kritische bemerkingen van de BBVT over het nationaal register van beëdigd vertalers en tolken voor aan de minister van Justitie.  

Hieronder kan u de gedetailleerde vragen én het omstandig antwoord van de minister lezen:

 

Raadpleging van de justitiedatabank met vertalers-tolken. - Eedaflegging van vertalers tolken (MV 20301).

 

Auteur

Sonja Becq, CD&V

Departement

Minister van Justitie

Sub-departement

Justitie

Titel

Raadpleging van de justitiedatabank met vertalers-tolken. - Eedaflegging van vertalers tolken (MV 20301).

Datum indiening

17/10/2017

Publicatiedatum

28/11/2017, 20172018

Status vraag

Antwoorden ontvangen

Termijndatum

21/11/2017

 

 

Vraag

Na de invoering van het nationaal register voor vertalers-tolken en gerechtsdeskundigen zijn er in het praktijkveld een aantal moeilijkheden en bekommernissen ontstaan. Dat blijkt uit een aantal artikels die gepubliceerd werden op de vakwebsites Jubel en Lexgo. Zo zou het op dit moment onduidelijk zijn of een tolk nog een eed moet afleggen op een rechtszitting. De wet op het nationaal register is van kracht sinds 1 december 2016. Door het ontbreken van uitvoeringsbesluiten zou het afleggen van de nieuwe eed niet rechtsgeldig zijn volgens de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT). Bovendien heeft de wet van 2014 de oude eedformule opgeheven. Bijgevolg is het voor vele hoven en rechtbanken onduidelijk of de tolk de oude eed, de nieuwe of beide moet afleggen. Verder zou het nog niet mogelijk zijn om de justitiedatabank met tolken te raadplegen.

In een interpellatie van collega Van Hecke heeft u aangegeven dat de raadpleging van justitiedatabank met tolken pas in 2018 operationeel kan worden. Er zou nog geen contract afgesloten zijn met een dienstenleverancier die dit mogelijk moet maken. Op die manier blijft het bijvoorbeeld voor de politiediensten een uiterst moeilijke opdracht om een geschikte tolk te vinden. De BBVT maakt zich sterk dat hierdoor ook de rechten van de verdediging in het gedrang komen.

Ten slotte zou er ook een probleem zijn aangaande de cumulatie van een opdracht als tolk voor Justitie en de beroepsactiviteit die iemand uitoefent. Doordat het nationaal register geen beroepscategorieën uitsluit, kan bijvoorbeeld een politieambtenaar of een advocaat zijn functie combineren met een opdracht als tolk. De onafhankelijkheid van de tolk komt hierdoor op de helling te staan. In buurlanden als Frankrijk en Nederland is een cumul tussen deze twee beroepscategorieën en een opdracht als tolk voor het gerecht wel verboden. Een algemeen verbod op een cumulatie tussen al wie tijdens zijn beroepsactiviteit in aanraking komt met het gerecht en een opname in het nationaal register zou een oplossing kunnen bieden.

1. Kan u meer duidelijkheid verschaffen over de eedafleggingsprocedure die moet gevolgd worden bij de rechtszittingen? Wanneer zouden de uitvoeringsbesluiten aangaande deze wet worden gepubliceerd?

2. Kan u een stand van zaken geven over de mogelijkheid om het nationaal register te raadplegen? Werd er reeds een contract afgesloten met een dienstenleverancier?

3. Waarom is er in het nationaal register geen cumulatieverbod opgenomen voor bepaalde beroepscategorieën? Hoe staat u tegenover een verbod op een cumulatie tussen al wie tijdens zijn beroepsactiviteit in aanraking komt met het gerecht en een opname in het nationaal register?

 

Nationaal register voor gerechtsdeskundigen en vertalers-tolken (MV 20302)

 

Auteur

Sonja Becq, CD&V

Departement

Minister van Justitie

Sub-departement

Justitie

Titel

Nationaal register voor gerechtsdeskundigen en vertalers-tolken (MV 20302).

Datum indiening

17/10/2017

Publicatiedatum

28/11/2017, 20172018

Status vraag

Antwoorden ontvangen

Termijndatum

21/11/2017

 

 

Vraag

De afgelopen maanden heeft u geleidelijk aan steeds meer uitvoering gegeven aan de wet van 10 april 2014 ter invoering van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tolken. Zo werd in juni 2017 nog het koninklijk besluit omtrent de deontologische code gepubliceerd. De wet van 2014 biedt garanties voor de kwaliteit van het werk van deskundigen en tolken.

Toch zijn er een aantal bepalingen die voor de nodige weerstand zorgen. Zo bevat de wet sedert de recentste reparatie een bepaling waarin wordt gesteld dat een tolk die een opdracht in strafzaken weigert, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro. Volgens de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT) spoort dit niet met het zelfstandige statuut van de meeste tolken. Dit statuut houdt immers in dat zij zelf hun werk en werktijd moeten kunnen organiseren.

Een andere element zijn de vergoedingen die een tolk ontvangt voor een opdracht voor Justitie. Deze liggen een stuk lager dan de vergoedingen in de privé sector. Ook dit lijkt contradictorisch met de verplichting voor tolken om voorrang te geven aan een strafzaak voor Justitie.

Verder is de BBVT het niet eens met de vergoeding die tolken moeten betalen voor de opname in het register. Het invoeren van dit register kwam er onder andere na een Europese richtlijn waaraan ons land moet voldoen. De beroepsvereniging is van mening dat de overheid moet instaan voor de implementatie van zo'n register alsook voor de extra kosten die dit genereert.

1. Kan u meer duiding geven bij de boete die wordt opgelegd bij een weigering van een opdracht in strafzaken? Hoe rijmt u deze boete met het zelfstandige statuut van de meeste vertalers tolken en met de beperkte vergoeding die zij ontvangen voor een overheidsopdracht?

2. Kan u verduidelijken waarom vertalers tolken moeten bijdragen voor een opname in het register? Waarom neemt de overheid de kosten van dit register niet integraal ten laste?

Status

1 réponse normale - normaal antwoord - Gepubliceerd antwoord

Publicatiedatum

22/11/2018, 20182019

Antwoord

Hoewel het geen voorwaarde is om 'voorlopig' opgenomen te worden in het register indien men reeds werkzaam was voor de bevoegde overheden vóór 1 december 2016, is het bewijs van de eedaflegging één van de documenten die de tolken en vertalers gevraagd worden voor te leggen om definitief te worden opgenomen in het nationaal register. Zolang de aanvaardingscommissie niet van start is gegaan en we ons bevinden in de door de wet voorziene overgangsperiode, geldt de uitzonderingsregeling van artikel 27 van de wet van 10 april 2014. De vertaler of tolk legt de eed af per prestatie.

Een kleine wetsaanpassing die het probleem rond de dubbele eedaflegging voor tolken opheft, werd opgenomen in de wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30 mei 2018. Hiermee is de onduidelijkheid over de eedaflegging van de tolken opgelost. De tolk die nog niet definitief in het nationaal register is opgenomen, hetgeen inhoudt dat hij een eenmalige eed heeft afgelegd voor de eerste voorzitter van het hof van beroep, legt de eed af vóór de aanvang van zijn prestatie volgens de formule zoals ingevoegd bij de wet 25 mei 2018.

De leden van de rechterlijke orde en het gerechtspersoneel hebben sedert juni 2017 toegang tot het nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken. De parketten, hoven en rechtbanken kunnen ook digitaal via het register vorderen of aanstellen. Ook de boekhoudkundige verwerking van de kostenstaat en betaling wordt eraan gekoppeld, teneinde sneller te kunnen betalen.

De gegevens betreffende een persoon die is ingeschreven in het nationaal register zullen pas via de website van de FOD Justitie kunnen worden geraadpleegd zodra de aanvaardingscommissie een positief advies heeft verleend. De commissie zal tot 30 november 2021 de tijd hebben om alle inschrijvingen van de personen die in het nationaal register zijn opgenomen, te onderzoeken. Besprekingen zijn gaande tussen Justitie en politie om ook de politie een toegang te kunnen verlenen tot de huidige, nog niet publieke, databank.

De mogelijkheid tot het invoeren van een cumulatieverbod is uitvoerig aan bod gekomen bij de voorbereiding van de wet van 19 april 2017 tot wijziging van de wet van 10 april 2014 op het Nationaal Register. Er werd er toen op gewezen dat dit een vorm van beroepsverbod zou zijn. Bovendien is het niet nuttig dat deskundigen enkel optreden als gerechtsdeskundige. In sommige specialiteiten zijn er slechts een beperkt aantal gerechtelijke deskundigenonderzoeken. Indien de gerechtsdeskundigen geen andere activiteit mogen uitoefenen, zouden er geen kandidaten meer zijn omdat dit niet leefbaar is. In de deontologische code van beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken werd bewust geen dergelijk cumulatieverbod opgenomen. Hierbij werd ervan uitgegaan dat in geval een beëdigd vertaler of tolk deze activiteit uitoefent in bijberoep, het de deontologie of gedragsregels zijn van het hoofdberoep die bepalend zijn of cumul met de activiteiten als beëdigd vertaler of tolk al dan niet wordt toegelaten. Het is niet aan de dienst van het nationaal register om dat te beoordelen. Zo lijkt er geen probleem dat een ambtenaar in bijberoep optreedt als vertaler, indien zijn statuut dat toelaat en hij aan de wettelijke voorwaarden voldoet. Toegepast op het door het geachte lid aangehaalde voorbeeld is het de deontologische code van de politie waarin een dergelijk cumulverbod eventueel dient te worden opgenomen.

Een wetswijziging wordt momenteel onderzocht om bij herhaald weigeren van een opdracht eventueel de strafsanctie te vervangen door een sanctie die kan leiden tot schorsing of volledige schrapping uit het Nationaal register. Het is duidelijk dat wie meermaals weigert de opdrachten te aanvaarden waarvoor men zich eerst kandidaat heeft gesteld, niet opnieuw zal worden aangewezen door dezelfde opdrachtgever en geschrapt kan worden uit het nationaal register. Zo verliest men een kans op verdiensten. Dit valt te rijmen met het statuut van zelfstandige, omdat de betrokkenen zich vrijwillig hebben ingeschreven voor een systeem dat hen een bepaalde zekerheid van inkomsten geeft.

Het punt inzake de bijdrage in de kosten is uitvoerig aan bod gekomen in de parlementaire besprekingen. Zoals gesteld in de memorie van toelichting, brengen het ontwerpen van een webapplicatie, het samenstellen van de dossiers van de kandidaten en het beheer van het register belangrijke kosten met zich mee. De meeste Europese landen die een register voor beëdigd vertalers/tolken of voor "gerechtsvertalers en -tolken" hebben opgericht, verbinden de opname in een dergelijk register, of zelf het indienen van een aanvraag tot opname, aan het betalen van een retributie. Er zal een tussenkomst van 90 euro worden gevraagd om de kosten van het onderzoek naar de antecedenten van de aanvrager, van de aanmaak van de legitimatiekaart en de kosten van het onderhoud van het register te dekken. De omvang van de bijdrage is bijgevolg afhankelijk van de reële kosten, zonder de toegang tot het register te bemoeilijken.

 

Gepubliceerd op
Social media

BBVT B.V.

Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken
Schaapdries 16 – 2547 Lint
contact@bbvt.be
+32 (0)468 283 823

 

BE09 9731 3059 3457
Ondernemingsnummer: 597.625.413

Gebruiksvoorwaarden & Privacy
Copyright 2019 BBVT
Design by Lake-IT