Naar inhoud

Vergoeding gerechtstolken: minister Geens schuift hete aardappel door

Voor tolken in strafzaken zijn andere definities van nacht- en weekendprestaties vastgelegd dan voor pro-Deoadvocaten. De HRZKMO pleit ervoor het nachtbegrip voor de prestaties van de beëdigd vertalers-tolken om 19u te laten beginnen, in overeenstemming met het systeem van toepassing op de pro-Deoadvocaten. Persbericht van de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (31 juli 2018).

Bij een politieverhoor waarbij zowel een pro-Deoadvocaat als een tolk aanwezig is, geldt voor beiden een andere regeling wat betreft weekend- en nachtwerk. Voor tolken in strafzaken zijn immers andere definities van nacht- en weekendprestaties vastgelegd dan voor pro-Deoadvocaten. Dit bevestigde minister Koen Geens onlangs in zijn antwoord op een parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Stefaan Van Hecke. De Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO pleit ervoor het nachtbegrip voor de prestaties van de beëdigd vertalers-tolken om 19u te laten beginnen, in overeenstemming met het systeem van toepassing op de pro-Deoadvocaten.

De regels zijn verschillend, zeker sinds de invoering van een nieuwe tariefstructuur voor vertalers en tolken in strafzaken sinds 2017. Voor tolken werd het zogenaamde nachttarief, wat eigenlijk een dubbel tarief is, beperkt van 22 tot 6 uur, waar dat vroeger van 20 tot 8 uur gold. Ook de verhoging van de tolkenvergoeding voor zaterdagwerk werd beperkt tot 50 procent, waar zij vroeger 100 procent bedroeg, zoals op zon- en feestdagen.

Wanneer een advocaat en een tolk worden opgeroepen voor bijstand tijdens hetzelfde verhoor, is de advocaat vanaf 19u bezig met nachtprestaties en de tolk pas vanaf 22 uur. Het weekend voor advocaten (met doorlopend dubbele vergoeding) begint dus al op vrijdag om 19 uur en eindigt op maandag om 7 uur. Een feestdag start voor advocaten al op de avond voor de feestdag om 19 uur en loopt tot de ochtend na de feestdag 7 uur.

Minister Geens gaf al aan niet over de nodige budgettaire ruimte te beschikken om het tarief van tolken te kunnen aanpassen. De Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken (BBVT) stelt echter vast dat de federale regering het budget voor pro-Deoadvocaten eerder dit jaar wel kon verhogen. Voor de vergoeding voor pro-Deoadvocaten voor een vertrouwelijk overleg en bijstand tijdens een politieverhoor na 19 uur ’s avonds blijkt de Belgische staat wel bereid te zijn om 375 euro te betalen. De tolken daarentegen krijgen 48 euro per uur (bruto), betaalbaar … per minuut. De BBVT vindt dit enorme verschil in vergoeding voor dringende prestaties in dezelfde omstandigheden ongepast en geheel buiten proportie.

 

Uitspraken justitieminister zetten kwaad bloed bij beëdigd tolken

Op de vraag van volksvertegenwoordiger Stefaan Van Hecke bevestigde de minister van Justitie dat de algemene regelgeving inzake nachtwerkprestaties nachtwerk bepaalt als arbeid verricht tussen 20 uur en 6 uur. Deze regelgeving laat ook toe afwijkende bepalingen te onderhandelen op basis van de specificiteit van de beroepsactiviteit. Minister Koen Geens: “Voor tolken werd het weekend- en nachtwerk afgestemd op de regeling die in het openbaar ambt van toepassing is. (…) Wat voor de pro-Deoadvocaten is afgesproken, is een regeling die afwijkt van deze die geldt binnen het openbaar ambt.”

De BBVT hekelt voorts de uitspraak van de minister dat “de activiteiten van de advocaten moeilijk zonder meer gelijk te stellen zijn met die van de tolken”. Koen Geens – die in 1986 doctoreerde over “De reglementering van het vrij beroep” – schijnt te vergeten dat zowel advocaten als beëdigd vertalers en tolken een vrij beroep uitoefenen (1). In de huidige legislatuur werd een wet, die het beroep beëdigd vertaler-tolk reglementeert van kracht, werd er een deontologische code ingevoerd en wordt binnen de FOD Justitie gewerkt aan het opleggen van permanente vorming en aan de oprichting van een commissie die zal toezien op de beëdiging van de vertalers en tolken en hen eventueel kan schorsen.

Ook de uitspraak van Koen Geens dat “voor tolken het weekend- en nachtwerk werd afgestemd op de regeling die in het openbaar ambt van toepassing is”, doet de wenkbrauwen fronsen. Tolken en vertalers die optreden als dienstverleners in strafzaken, moeten een btw-nummer en dus een statuut als zelfstandige hebben. Bovendien hebben er nooit onderhandelingen met de vertaalsector plaatsgevonden over “afwijkende regelingen”.

 

Definitie van de nacht voor tolken zes uur korter dan voor vast justitiepersoneel

Naar aanleiding van de antwoorden van minister Geens bestudeerde de BBVT het koninklijk besluit tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt van 13 juli 2017. Volgens dat KB wordt een toelage toegekend aan het personeelslid dat prestaties moet verrichten buiten de normale uurroosters. Daarbij zijn prestaties buiten de normale uurroosters ‘de prestaties verricht tijdens de nacht en de prestaties verricht op zaterdag, zondag of feestdagen’. Prestaties verricht tussen 18 uur en 20 uur worden ‘gelijkgesteld met prestaties verricht tijdens de nacht, voor zover deze eindigen om of na 22 uur. Het is zonder meer wraakroepend dat deze bepaling, die federale ambtenaren toelaat meer nachturen te verwerven dan voorzien door de algemene regelgeving, door de minister van Justitie gebuikt wordt als argument om de definitie van nachtwerk voor tolken in strafzaken (met een zelfstandigenstatuut) in te perken tot de periode tussen 22 uur en 6 uur!

De BBVT trok ook na hoe een nacht- en weekendprestatie wordt gedefinieerd voor ‘het openbaar ambt’ binnen de FOD Justitie zelf. Die bevindingen zijn nog schokkender: uit het ministerieel besluit houdende de toekenning van een toelage voor onregelmatige prestaties, van toepassing op o.a. cipiers en op leden van het zgn. Veiligheidskorps, blijkt dat voor ambtenaren binnen de FOD Justitie geldt dat nachtprestaties plaatsvinden tussen … 18 en 8 uur. En helemaal niet tussen 22 en 6 uur zoals men nu toepast voor de vergoeding van (zelfstandige!) tolken in strafzaken! Het hoeft geen betoog dat de bestaande situatie, waarin de definitie van de nacht zes uur korter is dan voor vast justitiepersoneel, uiterst nadelig is voor de tolken.

Minister Koen Geens gaf in zijn antwoord op de parlementaire vraag aan dat de situatie wordt herbekeken in functie van de resultaten van de geplande evaluaties en dat “de eerste evaluatie begin 2019 wordt opgestart”. Daarmee lijkt de minister de hete aardappel van de budgettering nu al te willen doorschuiven naar zijn toekomstige opvolger. De justitieminister blijkt zelf geen afdoende oplossingen te kunnen bieden voor een nochtans acuut probleem. In antwoord op een parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Annick Lambrecht eind juni verklaarde hij al niet over de budgettaire ruimte te beschikken om het tarief van tolken te kunnen aanpassen. Zelfs een wettelijk voorziene indexaanpassing van de tarieven laat nu al zeven maanden op zich wachten!

 

Justitie heeft nood aan een grote populatie tolken

De BBVT had er eerder dit jaar op gewezen dat er niet genoeg tolken beschikbaar zijn voor bepaalde talen. Bovendien worden de tolken niet voldoende betaald door de Staat, waardoor ze niet gemotiveerd zijn en zich vaak niet meer willen verplaatsen. Koen Geens wees er in zijn antwoord aan volksvertegenwoordiger Annick Lambrecht op dat België een zeer internationale samenleving heeft, wat een grote diversiteit aan talen en dialecten met zich meebrengt. Justitie heeft daarom nood aan een grote populatie tolken. De minister moest toegeven dat het aanbod niet volledig matcht met de groei van de vraag. Een opmerkelijke uitspraak, want exact twee jaar geleden, na kritische bedenkingen van de BBVT bij de toen aangekondigde “actualisering” van de tarieven, verklaarde de woordvoerster van de minister nog: “Dat exotische talen voortaan minder vergoed worden, is omdat we intussen genoeg tolken en vertalers hebben in die niche en omdat zij vroeger overbetaald werden voor hun werk”. Dit bevestigt het vermoeden dat er nooit een ernstige behoefteanalyse werd gemaakt binnen de FOD Justitie en het kabinet van minister Geens.

 

Correcte vergoedingen

De BBVT roept de minister van Justitie op de zaak niet op de lange baan te schuiven en eindelijk werk te maken van de wettelijk voorziene indexering van de vergoedingen, strikt overeenkomstig de geldende wetsbepalingen. Ook een herwaardering en herfinanciering van de functie van beëdigd vertaler en beëdigd tolk blijven broodnodig. Indien de verzuchtingen van de vertalers en tolken niet ernstig worden genomen, kan niet uitgesloten worden dat acties zullen volgen. In afwachting van verdere stappen informeert de Beroepsvereniging Beëdigd Vertalers en Tolken alvast haar leden en de sector.

We sluiten af met een citaat uit een recent advies van de HRZKMO: “Indien Justitie van de beëdigde vertalers en tolken verwacht dat zij voorrang geven aan opdrachten voor Justitie en constant inzetbaar zijn, meent de Hoge Raad bovendien dat het aan de overheid is om er over te waken dat hen een correcte vergoeding toegekend wordt voor hun diensten en ook om beschikbaarheidshonoraria te voorzien binnen een systeem van wachtdiensten ’s nachts en in het weekend, georganiseerd zoals voor de artsen.” (2)

 


(1) Een beoefenaar van een vrij beroep is krachtens het Wetboek van Economisch Recht “elke onderneming wier activiteit er hoofdzakelijk in bestaat om, op onafhankelijke wijze en onder eigen verantwoordelijkheid, intellectuele prestaties te verrichten waarvoor een voorafgaande opleiding en een permanente vorming is vereist en die onderworpen is aan een plichtenleer waarvan de naleving door of krachtens een door de wet aangeduide tuchtrechtelijke instelling kan worden afgedwongen”. (art. I.1.14° WER).

(2) http://www.hrzkmo.fgov.be/Portals/hrzkmo/nl/Advies%20per%20datum/2017/N%20773%20Be%C3%ABdigde%20vertalers%20A.pdf

 
Gepubliceerd op
06/08/2018
Sociale media
Copyright 2024 BBVT